Leiden – De rechtszaak rond de dood van de 14-jarige Esmee uit Hazerswoude-Rijndijk bracht een van de meest schokkende misdrijven van de afgelopen jaren aan het licht. De verdachte, haar turnleraar Olivier van de G. (33), werd veroordeeld voor doodslag, seksueel misbruik en het verplaatsen van haar lichaam. De zaak stelt opnieuw de vraag hoe jonge sporters beschermd kunnen worden tegen misbruik binnen gezagsrelaties.
Feiten van de zaak
Op 30 december 2021 werd Esmee als vermist opgegeven. Haar lichaam werd de volgende dag aangetroffen in een park in Leiden. De politie hield diezelfde dag Olivier van de G. aan, haar voormalig turnleraar. In eerste instantie beweerde hij dat Esmee onwel was geworden, maar later bekende hij haar gewurgd te hebben na een ruzie.
Tijdens het onderzoek kwam naar voren dat de man een seksuele relatie had met het minderjarige meisje. Hij gaf toe dat hij haar lichaam had verplaatst om de relatie te verbergen. Daarnaast werd bij hem kinderporno aangetroffen.
Rechtsgang en veroordeling
Het Openbaar Ministerie eiste 14 jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging. De rechtbank achtte moord niet bewezen, maar wel doodslag en seksueel misbruik. Van de G. werd veroordeeld tot 12 jaar cel en tbs. Hij ging kort in hoger beroep, maar trok dit later in.
Volgens forensisch psychologen is sprake van een narcistische persoonlijkheidsstructuur en beperkte empathie. De rechter omschreef zijn daden als “egoïstisch en gewetenloos”.
Maatschappelijke gevolgen
De zaak veroorzaakte grote verontwaardiging. Sportbonden riepen op tot strengere controles en betere voorlichting binnen verenigingen. Ouders en beleidsmakers dringen aan op structurele maatregelen om kwetsbare jongeren te beschermen tegen misbruik door volwassenen in machtsposities.
Er werden meerdere herdenkingen gehouden. In Leiden en omgeving werd massaal gehoor gegeven aan oproepen tot bewustwording van grensoverschrijdend gedrag in jeugdrelaties.


Plaats een reactie