Bijna elke dag is er wel ergens in het nieuws te lezen over moord of doodslag. Maar wat is eigenlijk het verschil tussen deze twee? Beide misdaden gaan over het doden van een persoon, maar er zit een groot juridisch verschil tussen. Het belangrijkste onderscheid zit in de vraag **of de dader van tevoren had bedacht om iemand te doden**.
—
Wat is doodslag?
Doodslag betekent dat iemand met opzet een ander doodt, maar zonder dat er vooraf een plan was. Dit gebeurt vaak in een opwelling, bijvoorbeeld tijdens een ruzie die uit de hand loopt.
Voorbeeld van doodslag
Twee mensen krijgen een heftige ruzie in een café. De ene persoon wordt zo boos dat hij de ander een harde klap geeft met een bierfles. De klap is zo ernstig dat het slachtoffer overlijdt. De dader had dit niet van tevoren bedacht om de ander te doden, maar deed dat uiteindelijk toch. Dit wordt doodslag genoemd.
Straf voor doodslag
Voor doodslag kan een rechter maximaal 15 jaar gevangenisstraf opleggen. De rechter kijkt naar de situatie en bepaalt hoe zwaar de straf moet zijn.
—
Wat is moord?
Moord is nog zwaarder dan doodslag. Het verschil zit in de voorbedachte rade. Dit betekent dat de dader van tevoren heeft nagedacht over de moord en bewust een plan heeft gemaakt om iemand te doden.
Voorbeeld van moord
Een persoon heeft ruzie met zijn buurman en besluit hem te doden. Hij koopt een mes, wacht tot zijn buurman thuiskomt en steekt hem neer. Omdat hij van tevoren een plan had gemaakt, wordt dit moord genoemd.
Straf voor moord
Omdat moord met voorbedachte rade is gepleegd, is de straf hoger dan bij doodslag. Een rechter kan een dader tot 30 jaar gevangenisstraf of zelfs levenslang geven.
—
Waarom is het verschil belangrijk?
Het verschil tussen moord en doodslag bepaalt hoe zwaar de straf is. Als iemand een ander doodt in een opwelling, maar zonder plan, dan wordt het als minder ernstig gezien dan wanneer iemand bewust een moord plant en uitvoert. Daarom krijgt een moordenaar meestal een zwaardere straf dan iemand die schuldig is aan doodslag.
Rechters kijken in elk strafproces goed naar de situatie:
– Was er een plan?
– Had de dader de tijd om na te denken en toch door te zetten?
– Was er sprake van heftige emoties die plotseling tot de dood leidden?
Deze vragen helpen de rechter om te bepalen of het moord of doodslag is en welke straf erbij hoort.
—
Conclusie
Moord en doodslag lijken veel op elkaar, maar het verschil zit in de voorbereiding.
– Doodslag: De dader doodt iemand in een opwelling, zonder vooropgezet plan.
– Moord: De dader heeft van tevoren nagedacht over de moord en bewust een plan gemaakt.
Omdat moord bewust en gepland wordt gepleegd, is de straf hiervoor vaak veel hoger dan bij doodslag. Rechters kijken bij elke zaak goed naar de details om de juiste straf te bepalen.
Plaats een reactie